In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Overijssel van 17 december 2015 bevestigd, waarbij verdachte werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging moord.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de politieverklaringen van het slachtoffer en een getuige, en voerde aan dat voorbedachten rade niet bewezen was. Beide getuigen weigerden aanvankelijk te verklaren uit vrees voor vervolging wegens meineed, maar werden na gijzeling alsnog gehoord. Hun latere verklaringen werden door het hof als onbetrouwbaar verworpen, waardoor de eerdere politieverklaringen als bewijs werden gehanteerd.
Het hof oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer door zijn schoten zou overlijden, waarmee opzet op de dood aanwezig was. De korte afstand en onmiddellijke schoten vanuit de bosjes duiden op voorbedachten rade. De stelling van een impulsieve handeling werd verworpen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen.
De combinatie van bewijsmiddelen en de motivering van het hof leidde tot bevestiging van de straf van zes jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Het vonnis werd uitgesproken door mr. W.P.M. ter Berg, mr. A.J. Rietveld en mr. L.G. Wijma op 20 juni 2017.