Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland waarin de kinderrechter de GI machtigde om een elfjarige uit huis te plaatsen bij de vader. De moeder betwistte de noodzakelijkheid van de uithuisplaatsing, het psychodiagnostisch onderzoek en het niet horen van het kind.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de opvoeding en verzorging van het kind. Het onderschrijft de motivering van de kinderrechter en voegt toe dat het horen van het kind niet in diens belang is vanwege zijn jonge leeftijd en problematiek, ondanks zijn voorkeur om bij de moeder te wonen.
Het hof acht het verzoek van de GI tot machtiging bij de andere gezaghebbende ouder passend gezien de ondertoezichtstelling en de voorgeschiedenis. Het psychodiagnostisch rapport wordt als voldoende onderbouwd beoordeeld. Het hof uit grote zorgen over het feit dat er waarschijnlijk voor de 21e keer een wisseling van gezinsvoogd zal plaatsvinden, wat de broodnodige rust en stabiliteit voor het kind belemmert.
Gezien deze omstandigheden bekrachtigt het hof de beschikking van 14 april 2017 en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van het kind bij de vader wegens noodzakelijkheid en het belang van stabiliteit.