Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante] ,
1.[geïntimeerde1] ,
Nieuwendijk Monumenten B.V.,
[geïntimeerde3],
[geïntimeerde4],
[geïntimeerden] c.s.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besloten de zaak niet verder te behandelen vanwege de betrokkenheid van een raadsheer-plaatsvervanger die ook in deze zaak betrokken is. Dit zou de schijn van partijdigheid kunnen wekken, wat in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
De zaak betreft een hoger beroep tegen een eindvonnis van de rechtbank Midden-Nederland. De appellant had het hoger beroep ingesteld en de geïntimeerden waren niet verschenen, waarbij tegen één partij verstek was verleend. Tijdens de procedure vroeg een geïntimeerde verwijzing naar een ander gerechtshof vanwege de betrokkenheid van de raadsheer-plaatsvervanger.
Het hof heeft vervolgens besloten de zaak in de huidige stand door te verwijzen naar het gerechtshof Den Haag om de schijn van partijdigheid te vermijden. Dit arrest is op 24 januari 2017 uitgesproken door drie raadsheren en is daarmee een procedurele beslissing zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar het gerechtshof Den Haag ter vermijding van de schijn van partijdigheid.