Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zaaknummer 200.184.035/01van
verzoekster in hoger beroep,
1.de pleegouders van [de minderjarige1] (en [de minderjarige2] ),
zaaknummer 200.193.818/01van
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn de ouders van twee minderjarige kinderen die kort na hun geboorte uit huis zijn geplaatst vanwege een zorgelijke opvoedingssituatie. De moeder oefende het gezag uit, maar dit werd door de rechtbank beëindigd en de voogdij aan de GI toegewezen.
De moeder heeft in hoger beroep verzocht om vernietiging van deze beslissingen en handhaving van haar gezag. Het hof overweegt dat hoewel de moeder positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, waaronder het stoppen met drugsgebruik en het volgen van therapieën, het belang van de kinderen voorop staat.
De kinderen zijn sinds jonge leeftijd gehecht aan hun pleegouders en ontwikkelen zich goed in deze stabiele omgeving. Het hof oordeelt dat de aanvaardbare termijn voor terugkeer naar de moeder is verstreken en dat continuïteit en stabiliteit voor de kinderen essentieel zijn.
De verzoeken van de moeder worden afgewezen en de bestreden beschikkingen van de rechtbank worden bekrachtigd. De moeder behoudt wel het recht op informatie en contact met de kinderen, voor zover het belang van de kinderen dit toelaat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige kinderen en benoemt de GI tot voogd.