ECLI:NL:GHARL:2017:608
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met onvoldoende onderbouwing behoefte
Partijen zijn gehuwd in 2004 en zijn in 2016 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren die bij de vrouw verblijft. De man vroeg partneralimentatie van de vrouw na de scheiding. De rechtbank kende hem een beperkte bijdrage toe, die later op nihil werd gesteld.
In hoger beroep verzocht de man om een hogere bijdrage, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde met het standpunt dat de onderhoudsplicht was geëindigd vanwege grievend gedrag en dat de behoefte onvoldoende was onderbouwd. Het hof oordeelde dat het gedrag van de vrouw onvoldoende was om de lotsverbondenheid te beëindigen.
Het hof stelde vast dat de man zijn behoefte onvoldoende had onderbouwd, mede omdat hij bij zijn moeder woont en geen woonlasten heeft. Daarom wees het hof het verzoek van de man af en vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze partneralimentatie toekende.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot partneralimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing van zijn behoefte.