ECLI:NL:GHARL:2017:6134

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 juli 2017
Publicatiedatum
18 juli 2017
Zaaknummer
21-001866-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak mishandeling wegens onjuiste pleegplaats en geweldsomschrijving

In hoger beroep werd het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling door het gooien van een glas tegen het hoofd van het slachtoffer in Makkum, gemeente Littenseradiel.

Het hof stelde vast dat de pleegplaats onjuist was vermeld: het feit had plaatsgevonden in Makkum, gemeente Sûdwest-Fryslân, niet in de gemeente Littenseradiel. Omdat de tenlastelegging niet correct was en deze onjuistheid niet kon worden geschrapt, was de tenlastelegging niet toereikend.

Daarnaast bleek uit het dossier en de verklaringen dat verdachte niet met een glas had gegooid, maar had geslagen. Hierdoor kon het hof het ten laste gelegde niet bewezen verklaren en sprak verdachte vrij.

Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover dat gericht was tegen de vrijspraak van het eerste ten laste gelegde feit en vernietigde het vonnis voor zover aan hoger beroep onderworpen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onjuiste pleegplaats en onjuiste omschrijving van de geweldshandeling in de tenlastelegging.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001866-15
Uitspraak d.d.: 13 juli 2017
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 18 maart 2015 met parketnummer 18-233819-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 juni 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde, vernietiging van het vonnis van de politierechter voor zover aan hoger beroep onderworpen, bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een geldboete van € 500,-, subsidiair tien dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. M.W.J.M. de Man, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde openlijke geweldpleging en voor de onder 2 ten laste gelegde mishandeling veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De omvang van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep gericht is tegen de vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde zal verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover onderworpen aan hoger beroep - ten laste gelegd dat:
2.
hij op of omstreeks 3 november 2013, te Makkum, in de gemeente Littenseradiel, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ), een glas tegen diens hoofd heeft gegooid, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

In de tenlastelegging is als pleegplaats 'Makkum, in de gemeente Littenseradiel' opgenomen. Het hof stelt op grond van het verhandelde ter terechtzitting en na raadpleging van openbare bronnen vast dat tot voornoemde gemeente weliswaar een buurtschap Makkum behoort, maar dat het ten laste gelegde feit niet aldaar heeft plaatsgevonden, maar in de aanzienlijk grotere plaats Makkum, behorend tot de gemeente Sûdwest-Fryslân. Nu de plaats Makkum in de gemeente Littenseradiel daadwerkelijk bestaat en deze gemeente-aanduiding in de tenlastelegging bovendien niet wordt voorafgegaan door het woord 'althans', kan deze naar het oordeel van het hof in de bewezenverklaring niet worden geschrapt. Ergo, de tenlastelegging bevat een onjuiste pleegplaats.
Voorts stelt het hof vast dat zowel uit het dossier als, met name, uit de verklaringen van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de politierechter en in hoger beroep, gevoeglijk kan worden afgeleid dat verdachte niet met een glas heeft
gegooid, maar daarmee heeft
geslagen.
Gelet op het vorenstaande kan het hof niet komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dat gericht is tegen de vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. A. van Holten, voorzitter,
mr. A.J. Rietveld en mr. H.L. Stuiver, raadsheren,
in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,
en op 13 juli 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.