Belanghebbende was directeur en enig aandeelhouder van een BV die in financiële problemen kwam en de ingehouden loonbelasting niet afdroeg. De Inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting op waarbij de niet afgedragen loonbelasting niet werd verrekend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde dat de loonbelasting wel verrekend moest worden omdat deze wel was ingehouden en dat hij te goeder trouw was.
Het Hof oordeelde dat loonbelasting die is ingehouden, ook al is deze niet afgedragen, verrekend moet worden met de aanslag inkomstenbelasting. De BV had steeds aangifte gedaan en de niet afgedragen bedragen als schuld opgenomen in de balans. De intentie was om de loonbelasting alsnog af te dragen zodra de liquiditeitspositie dat toeliet. Hierdoor was sprake van inhouding.
Het Hof stelde de aanslag voor 2011 vast op een belastbaar inkomen van €243.507 met verrekening van €115.332 aan ingehouden loonbelasting. Voor 2012 werd het belastbaar inkomen vastgesteld op €42.000 met verrekening van €11.692 aan ingehouden loonbelasting. De boete voor het niet doen van aangifte in 2012 werd gehandhaafd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.