Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2016 gescheiden en hebben twee meerderjarige kinderen. De vrouw vordert partneralimentatie, waarbij zij stelt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de alimentatie in een concept echtscheidingsconvenant, wat de man betwist. Het hof oordeelt dat het concept niet is ondertekend en dat er geen overeenkomst is gesloten.
De vrouw heeft behoefte aan een bijdrage in haar levensonderhoud, welke het hof op € 2.421 netto per maand stelt na aftrek van een redelijke verdiencapaciteit van € 500 netto. De vrouw heeft beperkte arbeidsmogelijkheden gezien haar leeftijd en achtergrond, maar heeft onvoldoende inspanningen verricht om werk te vinden.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van een gemiddelde winst van zijn huisartsenpraktijk over 2015 en 2016, zijnde € 205.740 bruto per jaar. Het hof houdt rekening met bijdragen voor de kinderen en woonlasten, en stelt de draagkracht vast op € 3.164 bruto per maand tot 1 september 2016 en daarna € 1.275 bruto per maand.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt de partneralimentatie conform deze berekeningen, verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bepaalt partneralimentatie op € 3.164 bruto per maand tot 1 september 2016 en daarna € 1.275 bruto per maand, met ingang van 4 februari 2016.