Uitspraak
kantoorhoudende te [plaats] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €90 opgelegd wegens overtreding van een geslotenverklaring (bord C6) op 29 september 2013 in Amsterdam. De gemachtigde voerde aan dat het eerste bord C6 niet zichtbaar was en dat de bestuurster door omstandigheden geen andere keuze had dan linksaf te slaan en later rechtdoor te rijden.
Het hof stelde vast dat het eerste bord C6 niet goed zichtbaar was, waardoor de bestuurster niet verweten kan worden linksaf te slaan. Echter, het negeren van het tweede bord C6 op de kruising werd als terecht beschouwd, mede omdat het bord niet aannemelijk gedraaid stond. De bestuurster had oplettend moeten zijn, zeker gezien recente werkzaamheden in de wijk.
De kantonrechter had het beroep deels gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend, maar had ten onrechte geen punt toegekend voor verschijnen ter zitting. De advocaat-generaal betwistte de vergoeding omdat de gemachtigde ook statutair bestuurder was, maar het hof oordeelde dat de gemachtigde als derde beroepsmatig rechtsbijstand had verleend.
Het hof vernietigde het deel van de beslissing over de proceskostenvergoeding en kende een vergoeding van €868 toe, gebaseerd op de verrichte proceshandelingen en een wegingsfactor van 0,5. De rest van de beslissing van de kantonrechter werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het deel over proceskostenvergoeding en kent een vergoeding van €868 toe, bevestigt de rest van de beslissing.