ECLI:NL:GHARL:2017:7111
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gegrond verzet tegen onrechtmatige bekendmaking dwangbevel WAHV
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of een dwangbevel, uitgevaardigd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), rechtsgeldig was. De betrokkene had verzet aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, stellende dat hij de beschikking en aanmaningen niet had ontvangen.
De kantonrechter had het verzet gegrond verklaard en bepaald dat het griffierecht terugbetaald zou worden, terwijl betrokkene een bedrag aan het CJIB moest voldoen. De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Het hof oordeelde dat de inleidende beschikking en aanmaningen waren verzonden naar het adres dat in het kentekenregister stond, maar dat deze poststukken onbestelbaar retour waren ontvangen.
Het CJIB had vervolgens het adres bij de Kamer van Koophandel geverifieerd, waaruit bleek dat er twee adressen geregistreerd stonden: een hoofdvestiging en een nevenvestiging. Omdat de poststukken steeds retour kwamen van het kentekenadres (nevenvestiging), had het CJIB ook het adres van de hoofdvestiging moeten gebruiken. Dit had niet plaatsgevonden, waardoor de beschikking niet op juiste wijze bekend was gemaakt en dus niet onherroepelijk was geworden. Het hof bevestigde daarom het gegronde verzet van betrokkene.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het verzet gegrond is omdat de beschikking niet op juiste wijze bekend is gemaakt en het dwangbevel daardoor niet rechtsgeldig is uitgevaardigd.