Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[verzoeker] ,
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige verblijft sinds 2012 bij pleegouders na een machtiging tot uithuisplaatsing wegens verwaarlozing en gedragsproblemen in het gezin. De ouders zijn niet in staat gebleken voldoende opvoedingsvaardigheden te bieden, mede door hun eigen problematiek en wantrouwen tegenover hulpverlening.
De rechtbank heeft het gezag van de ouders beëindigd en de voogdij aan de William Schrikker Stichting toegewezen. De ouders zijn tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan, stellende dat het gezag niet beëindigd zou moeten worden.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat continuïteit en stabiliteit in de opvoedingssituatie essentieel zijn. De minderjarige kampt met een loyaliteitsconflict tussen ouders en pleegouders, wat haar identiteitsontwikkeling ernstig belemmert. Gezien het ontbreken van zicht op terugplaatsing bij de ouders en de positieve ontwikkeling bij de pleegouders, acht het hof beëindiging van het gezag noodzakelijk.
Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank, waarmee de voogdij bij de pleegouders wordt bevestigd om de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de ouders en bevestigt de voogdij bij de pleegouders.