Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2017:7575

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 augustus 2017
Publicatiedatum
30 augustus 2017
Zaaknummer
WAHV 200.180.279
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 11, derde lid, WAHVArt. 12, eerste lid, WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter over ontvankelijkheid beroepschrift WAHV

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursrechtelijke zaak onder de WAHV. Hij klaagde over een vermeende onrechtmatige rechtsgang omdat hij vroeg om de rechtsgang te stoppen totdat duidelijkheid zou komen over een geldige handtekening op zijn beroepschrift. De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en geen beslissing genomen voorafgaand aan de zitting over de ontvankelijkheid.

Het hof overwoog dat op grond van artikel 6:5 Awb Pro een beroepschrift ondertekend moet zijn en dat volgens artikel 6:6 Awb Pro een niet-ondertekend beroepschrift niet-ontvankelijk kan worden verklaard mits herstel mogelijk is. De betrokkene was in de gelegenheid gesteld het vermeende verzuim te herstellen. Artikel 12 WAHV Pro bepaalt dat de kantonrechter niet voorafgaand aan de zitting kan beslissen over ontvankelijkheid, tenzij geen zekerheid is gesteld.

De betrokkene had verzocht om vernietiging van de oproeping en een beslissing vooraf, maar dit verzoek werd terecht afgewezen. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter omdat de procedure correct was gevolgd en de betrokkene geen verdere bezwaren had ingebracht.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de kantonrechter terecht geen beslissing voorafgaand aan de zitting nam over de ontvankelijkheid van het beroepschrift.

Uitspraak

WAHV 200.180.279
30 augustus 2017
CJIB 180570502
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland
van 18 september 2015
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De betrokkene klaagt over een onrechtmatige rechtsgang. Hij stelt dat hij de kantonrechter had verzocht om de rechtsgang stop te zetten, totdat duidelijk zou worden wat een geldige handtekening is. De betrokkene geeft aan dat hij geen antwoord op dit verzoek heeft ontvangen en er derhalve niet van op de hoogte was of de behandeling van het beroep door de kantonrechter doorgang zou vinden.
2. De betrokkene heeft bij zijn hoger beroepschrift een aantal stukken gevoegd.
Eén van deze stukken is een brief van de griffier van de rechtbank d.d. 1 juni 2015, waarin de betrokkene erop wordt gewezen dat zijn beroepschrift niet is ondertekend. De betrokkene heeft verder een brief van 1 juli 2015 meegestuurd, waarin hij bezwaar maakt tegen de gang van zaken omtrent de vermeende ontbrekende handtekening. De betrokkene kan zich er niet in vinden dat de beoordeling hiervan door de kantonrechter pas ter zitting zal plaatsvinden. Hij verzoekt daarom om vernietiging van de oproeping voor de zitting.
3. Het hof overweegt als volgt.
4. Artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) schrijft onder meer voor dat een beroepschrift moet zijn ondertekend.
5. Artikel 6:6, Awb, bepaalt onder meer dat een beroepschrift niet-ontvankelijk kan worden verklaard als aan voormeld vereiste niet is voldaan, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
6. Uit de door de betrokkene overgelegde stukken leidt het hof af dat de griffier van de rechtbank tot het voorlopige oordeel is gekomen dat het beroepschrift van de betrokkene niet van een handtekening is voorzien. De betrokkene is daarom in de gelegenheid gesteld dit vermeende verzuim te herstellen.
7. Artikel 12, eerste lid, van de WAHV, bepaalt onder meer dat de kantonrechter niet beslist dan nadat partijen op een openbare zitting de gelegenheid hebben gehad hun zienswijze nader toe te lichten.
8. De betrokkene is kennelijk, in lijn met dit voorschrift, uitgenodigd voor de openbare zitting van de kantonrechter. In reactie op de uitnodiging heeft de betrokkene de kantonrechter verzocht om de oproeping te vernietigen en op voorhand te beslissen over de ontvankelijkheid van het beroepschrift.
9. Gelet op artikel 12, eerste lid, van de WAHV, heeft de kantonrechter – tenzij er geen zekerheid is gesteld, vgl. artikel 11, derde lid, van de WAHV – niet de mogelijkheid om voorafgaand aan de behandeling ter zitting een beslissing te nemen over de ontvankelijkheid van het beroep. De kantonrechter heeft dan ook terecht geen gevolg gegeven aan het verzoek van de betrokkene om op voorhand, zonder behandeling ter zitting, daaromtrent te beslissen. De klacht van de betrokkene op dit punt treft dan ook geen doel.
10. Voor het overige heeft de betrokkene geen bezwaren ingebracht tegen de beslissing van de kantonrechter. Het hof zal deze beslissing daarom bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.