Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant1] ,
[appellant1],
2. De Haan Directie en Management B.V.,
management,
3. [appellant3] Wijnjewoude Beheer B.V.,
beheer,
[appellanten] c.s.,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben appellanten verzocht om het debat te heropenen en alsnog een pleidooi te mogen houden, nadat de arrestdatum voor het arrest was vastgesteld op 19 december 2017.
De rolraadsheer overwoog dat volgens het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (artikel 5.5 Lpr) geen verzoeken meer in behandeling worden genomen nadat het arrest is bepaald, tenzij de wederpartij instemt. Deze instemming ontbrak in deze zaak.
Verder wees de rolraadsheer op het feit dat het verzoek eenzijdig was en dat geen klemmende redenen waren aangevoerd die een heropening van het debat konden rechtvaardigen, zoals vereist op grond van artikel 229 Rv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0462).
Ook werd gewezen op de achterstanden bij het hof, waardoor het idee dat een pleidooi in het najaar van 2017 nog kon plaatsvinden en de arrestdatum gehaald kon worden, niet realistisch was.
Daarom werd het verzoek tot heropening van het debat en het alsnog bepalen van een datum voor pleidooi afgewezen als strijdig met de wet en de eisen van een goede procesorde.
Uitkomst: Verzoek tot heropening van het debat en het alsnog bepalen van een datum voor pleidooi is afgewezen.