In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 27 januari 2015 vernietigd en opnieuw recht gedaan. De zaak betreft de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde uit verduistering van gelden van een vereniging en een gemeente.
Het hof baseert zijn oordeel op het strafdossier en het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel. Veroordeelde heeft tussen 18 september 2007 en 31 maart 2011 geldbedragen overgeboekt van de rekening van de vereniging naar eigen rekeningen. De periode van 1 januari 2009 tot 31 maart 2011 valt onder de bewezenverklaarde feiten, terwijl de eerdere periode ook wordt meegenomen wegens aanwijzingen van strafbaar gedrag. Daarnaast is een bedrag van €10.650,- verduisterd van de gemeente, erkend door veroordeelde.
Na aftrek van de vorderingen van de benadeelde partijen resteert een wederrechtelijk verkregen voordeel van €17.895,-. Het hof wijst het verweer af dat een deel van het geld is terugbetaald en verwerpt het beroep op schending van de redelijke termijn. Gezien de draagkracht van veroordeelde acht het hof het redelijk dat hij het bedrag aan de Staat betaalt.
De ontnemingsmaatregel wordt derhalve opgelegd tot betaling van €17.895,- aan de Staat, waarmee het hof de uitspraak van de rechtbank vernietigt en opnieuw recht doet.