Uitspraak
kantoorhoudende te [C] .
De beslissing van de kantonrechter
Beoordeling
- het beroep kennelijk ongegrond is, of
- de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, of
Artikel 68, 1e lid, aanhef en onder b, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 verplicht om, tenzij dat redelijkerwijs niet meer mogelijk is, te stoppen voor een geel verkeerslicht. Nu de bestuurder van het voertuig van de betrokkene, gelet op het hiervoor overwogene, redelijkerwijs tijdig had kunnen stoppen tijdens de geelfase, komt het voor rekening van de betrokkene dat die mogelijkheid niet is benut. Dat het tot stilstand brengen van het voertuig in dit geval tot een aanrijding had kunnen leiden, zoals de gemachtigde zonder enige onderbouwing heeft gesteld, acht het hof niet aannemelijk geworden.