ECLI:NL:GHARL:2017:8320
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende bewijs goede trouw
Appellanten, een gehuwd stel dat een apotheek exploiteerde, verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling nadat hun onderneming failliet werd verklaard. De rechtbank had het verzoek afgewezen wegens onvoldoende bewijs van goede trouw en het ontbreken van essentiële financiële stukken.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij te goeder trouw waren en dat zij de onderneming verantwoord hadden voortgezet ondanks financiële tegenslagen. Zij konden echter niet tijdig de ontbrekende stukken overleggen, mede door vakanties en omstandigheden rondom hun persoonlijke situatie.
Het hof constateerde dat noodzakelijke documenten zoals het verzoekschrift, schuldenlijst en jaarstukken ontbraken, waardoor toetsing aan artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro niet mogelijk was. Daarnaast was er geen stabiel evenwicht tussen inkomen en uitgaven, waardoor toelating tot de schuldsaneringsregeling niet verantwoord werd geacht.
Het verzoek tot uitstel voor het aanleveren van stukken werd afgewezen en het hoger beroep faalde. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees erop dat appellanten in de toekomst een nieuw verzoek kunnen indienen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afwijst wegens onvoldoende bewijs van goede trouw en ontbrekende stukken.