Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige is sinds 2012 onder toezicht gesteld en sinds april 2013 uit huis geplaatst bij pleegouders. De moeder heeft het gezag, maar de vader is niet in beeld. De machtiging tot uithuisplaatsing is meerdere malen verlengd, laatstelijk tot november 2017. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging.
Het hof overweegt dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. De minderjarige heeft sinds zijn plaatsing bij de pleegouders een veilige hechtingsrelatie opgebouwd en ervaart rust en duidelijkheid. Observaties tonen dat het kind de bezoeken aan de moeder als onplezierig ervaart en geen veiligheid bij haar voelt.
Een advies van Jeugdhulp Friesland ondersteunt het standpunt dat de minderjarige in het pleeggezin moet blijven opgroeien. Terugplaatsing zou de stabiele opvoedingssituatie verstoren en een trauma kunnen veroorzaken. Het verzoek van de moeder om een deskundige te benoemen wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van het kind is.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing, waarmee de belangen van de minderjarige worden gewaarborgd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt bekrachtigd omdat terugplaatsing niet in het belang van de minderjarige is.