Ook al zou de man overigens nog steeds een bijstandsuitkering ontvangen, dan heeft hij, wederom gezien de gemotiveerde betwisting van de vrouw, evenmin genoegzaam aangetoond dat hij zich in redelijkheid niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud kan verwerven. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
In het dossier zit een advies van [D] , arts bij [E] B.V. te [F] van 6 november 2014, naar aanleiding van een bij de man in opdracht van de gemeente Deventer verricht medisch belastbaarheidsonderzoek. Daaruit blijkt dat het onderzoek van de arts heeft uitgewezen dat er bij het beoordelen van de arbeidsmogelijkheden van de man rekening gehouden moet worden met lichamelijke, psychische en energetische klachten. Echter de arts concludeerde ook dat hij rekening houdend met deze beperkingen belastbaar is voor 20 uur per week, als ook dat sprake is van tijdelijk medische beperkingen en dat over vier maanden verbetering te verwachten valt. Indien de man dan nog belemmeringen ervaart als gevolg van psychische klachten adviseerde de arts destijds een belastbaarheidsonderzoek door de psycholoog. De man heeft weliswaar gesteld dat de conclusie van de (bedrijfs)arts op
6 november 2014 een onjuiste prognose is geweest, maar hij onderbouwt dit niet. Stukken van recentere datum over de belastbaarheid van de man voor arbeid of deelname aan op re-integratie gerichte activiteiten ontbreken.
De man stelt nog steeds gedurende 20 uur per week op vrijwillige basis werkzaamheden te verrichten, (in ieder geval) per 25 juni 2015 bij Kwekerij [G] te [H] .
Daarbij heeft mr. Dijkers ter zitting van het hof onbetwist gesteld dat hij de man bij mensen in de tuin heeft zien werken. Ter zitting in eerste aanleg van 20 november 2015 heeft de man ook zelf verklaard wat kennissen in de tuin te helpen. Kennelijk belemmert zijn lichamelijke en/of geestelijke gezondheid noch zijn leeftijd de man om in ieder geval al meer dan twee jaar voor tenminste 20 uur per week arbeid te verrichten. Niet valt in te zien waarom dat niet, al ware dat niet zo, op betalende basis zou kunnen gebeuren. De stelling van de man dat hij nog altijd onder behandeling van [I] staat wordt niet gedragen door de stukken. Sterker nog, uit een brief van [I] van 16 oktober 2015 aan de huisarts van de man blijkt dat de behandeling van de man bij [I] met gewenst resultaat is afgesloten en dat de man daarom wordt uitgeschreven.
Tot slot staat vast dat de man de afgelopen jaren niet heeft gesolliciteerd. De man heeft weliswaar gesteld dat hij door de gemeente Deventer is vrijgesteld van de verplichting daartoe, maar dat blijkt nergens uit. Integendeel. Uit een weliswaar niet ondertekend Plan van Aanpak van 22 oktober 2015 van het Europees Sociaal Fonds blijkt dat met de man in het kader van een zogeheten traject [J] de werkafspraak is gemaakt dat hij wekelijks minimaal twee relevante sollicitaties verricht op bestaande vacatures.
Het hof heeft als alimentatierechter ten opzichte van de uitkeringsinstantie een zelfstandig toetsingskader wat betreft de inspanningsverplichting van de onderhoudsgerechtigde. Het hof concludeert op basis van de beschikbare informatie dat de man zich in zijn onderlinge verhouding tot de vrouw de afgelopen jaren onvoldoende heeft ingespannen om in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De omstandigheid dat de gemeente Deventer de man - om welke reden dan ook - niet zou aanspreken op zijn verplichtingen in het kader van de Participatiewet vrijwaart hem nog niet van zijn verplichting jegens de vrouw om er alles aan te doen om zoveel mogelijk in eigen levensonderhoud te voorzien. Mede zijn eigen verklaringen ter zitting in beide instanties overtuigen het hof er niet van dat de man zijn verdiencapaciteit optimaal heeft benut. Zo heeft de man ter zitting van 17 januari 2017 verklaard dat hem bij de medische keuring (het hof begrijpt: die van 2014) is gezegd dat hij gewoon vrijwilligerswerk moest doen. Daarmee was de kous af, aldus de man. Vervolgens is de man naar zijn zeggen nooit meer opgeroepen. Hij heeft zelf echter ook geen actie ondernomen. Daaruit ontstaat de indruk dat de man het wel goed vond zo.