Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen waren gehuwd sinds 2003 en gingen in augustus 2014 feitelijk uit elkaar. De rechtbank had eerder partneralimentatie vastgesteld, waarbij de vrouw een bijdrage aan de man moest betalen. De man kwam in hoger beroep met meerdere grieven over zijn behoefte en de draagkracht van de vrouw. De vrouw stelde in incidenteel hoger beroep dat de man niet behoeftig was, mede vanwege samenwonen met een nieuwe partner.
Het hof onderzocht de behoefte van de man en concludeerde dat deze onvoldoende was onderbouwd, mede omdat recente financiële gegevens ontbraken en de man onvoldoende zijn vaste lasten had aangetoond. De man ontving mogelijk een bijstandsuitkering, maar had onvoldoende aangetoond dat hij niet in zijn levensonderhoud kon voorzien of dat hij zich niet in redelijkheid kon voorzien. Het hof nam mee dat de man al jaren vrijwilligerswerk verrichtte en niet actief had gesolliciteerd.
Het hof oordeelde dat de man niet behoeftig was vanaf 30 maart 2016 en stelde de partneralimentatie vanaf 10 augustus 2016 op nihil. Tevens veroordeelde het hof de man tot terugbetaling van de onverschuldigd ontvangen alimentatie vanaf die datum binnen twee weken. De overige grieven werden niet meer behandeld vanwege het ontbreken van behoeftigheid.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vanaf 10 augustus 2016 op nihil gesteld en de man moet teveel ontvangen alimentatie terugbetalen.