Betrokkene werd door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen een administratieve sanctie van €55 opgelegd door het CJIB namens het Openbaar Ministerie. Tegen deze beslissing stelde de gemachtigde van betrokkene hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De gemachtigde voerde aan dat het appelverbod doorbroken moest worden omdat hij het procesdossier niet had ontvangen, zijn verzoek om uitstel was afgewezen en de kantonrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden. Het hof onderzocht deze gronden en concludeerde dat geen fundamentele schendingen van het recht op een eerlijk proces hadden plaatsgevonden.
Het hof benadrukte dat het appelverbod bij administratieve sancties onder €70 strikt geldt en alleen in uitzonderlijke gevallen doorbroken kan worden. De door de gemachtigde aangedragen omstandigheden, zoals het niet ontvangen van stukken en het niet gehonoreerde uitstelverzoek, behoren niet tot deze uitzonderingen. De stukken lagen ter inzage bij de griffie en de gemachtigde had de mogelijkheid om deze in te zien en zijn gronden tijdens de zitting in te dienen.
Daarom verwierp het hof het beroep op doorbreking van het appelverbod en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wees het hof het verzoek tot vergoeding van kosten af omdat betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.