Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de wijziging van de kinder- en studiekostenalimentatie van de man aan zijn ex-partner en kinderen na zijn persoonlijke faillietverklaring op 16 februari 2016.
De man vorderde een terugwerkende wijziging van de alimentatiebetalingen tot 2013 en nihilstelling vanaf de faillissementsdatum. De vrouw en kinderen verzetten zich, stellende dat het faillissement onnodig was uitgelokt om betalingsverplichtingen te ontlopen.
Het hof oordeelt dat de man niet ontvankelijk is voor verzoeken over de periode vóór het faillissement, omdat rechtsvorderingen na faillissement door de curator moeten worden ingesteld. Het hof erkent dat het faillissement een wijziging van omstandigheden vormt, maar wijst het verzoek tot nihilstelling af vanwege bijzondere omstandigheden: de man heeft het faillissement onnodig uitgelokt door geen betalingsregeling te treffen met de schuldeisers.
De vaststellingsovereenkomst die de man overlegt is onvoldoende onderbouwd en wordt niet meegewogen. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking van de rechtbank voor de periode na het faillissement en draagt partijen hun eigen proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van goede procesorde en het voorkomen van misbruik van faillissementsprocedures om alimentatieverplichtingen te ontlopen.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard voor verzoeken tot wijziging alimentatie vóór faillissement en het verzoek om nihilstelling na faillissement is afgewezen vanwege onnodig uitlokken van faillissement.