Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, voormalig gehuwd en ouders van vier kinderen, zijn in geschil over het gezag over hun minderjarige zoon. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de vader toegekend. De moeder ging hiertegen in hoger beroep, maar het hof bekrachtigde de beschikking.
De minderjarige woont sinds 2014 bij de vader en diens partner, terwijl het contact met de moeder sinds 2015 is verbroken. De ouders communiceren niet over belangrijke beslissingen omtrent het kind, ondanks bemiddelingspogingen van de gecertificeerde instelling (GI). De moeder weigert constructief samen te werken met de GI om het contact met de zoon te herstellen.
Het hof constateert dat het kind zich goed ontwikkelt bij de vader en dat het gezamenlijk gezag alleen met inzet van de GI kan worden uitgevoerd, wat niet de bedoeling is van de ondertoezichtstelling. Gezien de verstoorde verhoudingen en het belang van het kind acht het hof het noodzakelijk dat de vader het gezag alleen krijgt toegewezen. De moeder blijft wel ouder met recht op informatie en consultatie, mits dit het belang van het kind niet schaadt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het gezag toe aan de vader, waarbij het gezamenlijk gezag wordt beëindigd.