Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling in hoger beroep
3.De slotsom
€ 282,-
€ 311,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de onrechtmatige onttrekking van gelden van de bankrekening van een minderjarig kind centraal. Het hof bevestigt dat geïntimeerde 1 onrechtmatig handelde door in januari 2015 een bedrag van €134.549,69 van de rekening van het kind te onttrekken. Ook is geoordeeld dat geïntimeerde 2 mede onrechtmatig heeft gehandeld door aan deze onttrekking mee te werken en daarvan te profiteren.
Het hof baseert dit oordeel op het vermoeden dat de gelden zijn geïnvesteerd in onroerend goed waarvan geïntimeerde 2 de uiteindelijk belanghebbende is. Geïntimeerde 2 heeft geprobeerd tegenbewijs te leveren, maar zijn verklaringen en overgelegde stukken boden onvoldoende duidelijkheid over de besteding van de gelden. Het hof wijst zijn bewijsaanbod tot heropening van getuigenverhoor af wegens strijd met de procesorde en onvoldoende onderbouwing.
De vordering tot terugbetaling van het onttrokken bedrag wordt hoofdelijk toegewezen aan het minderjarige kind, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de data van de onrechtmatige overboekingen. Tevens worden de kosten van het geding aan geïntimeerden opgelegd, terwijl de proceskosten in reconventie worden gecompenseerd. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, behoudens voor zover het gaat om de opheffing van beslagen ten laste van geïntimeerde 2, en doet voor het overige opnieuw recht.
Uitkomst: Geïntimeerden worden veroordeeld tot terugbetaling van €134.549,69 met wettelijke rente en in de proceskosten wegens onrechtmatig handelen.