Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[verzoekster] ,
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders van een lichamelijk en geestelijk gehandicapte minderjarige, die een zeldzame stofwisselingsziekte heeft en volledig afhankelijk is van zorg, zijn in hoger beroep gegaan tegen de machtiging tot uithuisplaatsing die de kinderrechter had verleend. De minderjarige was vanwege zijn gezondheidstoestand opgenomen in een ziekenhuis en daarna geplaatst in een 24-uurs opvangvoorziening.
De ouders betwistten de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelden dat er geen onmiddellijk en ernstig gevaar was, en dat zij bereid waren tot medewerking en goede zorg. Het hof nam de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank over en voegde daaraan toe dat eerdere zorgmeldingen en onderzoeken door Veilig Thuis Drenthe en andere professionals ernstige zorgen over de veiligheid en verzorging van de minderjarige bevestigden.
De samenwerking tussen ouders en hulpverleners verliep moeizaam, vooral door de starre houding van de vader en taalbarrières. De recente verslechtering van de gezondheid en het ontbreken van een veilige thuissituatie maakten een ingrijpen noodzakelijk. Het hof oordeelde dat de maatregel proportioneel was en het belang van de minderjarige voorop stond.
De GI heeft een plan ontwikkeld voor terugkeer naar een aangepaste woning, maar de zorginfrastructuur was nog niet volledig geregeld, waardoor voortzetting van de uithuisplaatsing noodzakelijk bleef. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikkingen inzake de machtiging tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en blijft van kracht.