Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de verrekening van de waarde van een woning en agrarische percelen centraal, waarbij partijen voormalige echtgenoten zijn. Het hof beval een deskundigenonderzoek om de actuele waarde van de woning en de waarde van de percelen in verpachte staat per 11 februari 2011 vast te stellen.
De deskundige stelde de woningwaarde op € 175.000 en de waarde van de percelen op € 277.000. Partijen stemden in met de taxatie van de percelen, maar geïntimeerde maakte bezwaar tegen de waardering van de woning. Het hof verwierp deze bezwaren omdat zij onvoldoende waren onderbouwd en verenigde zich met de deskundige.
Op basis van de waarderingen en de berekeningen van appellant bepaalde het hof dat appellant aan geïntimeerde € 25.480 moet betalen voor de percelen, terwijl geïntimeerde aan appellant € 13.750 moet vergoeden voor de onderwaarde van de woning. Dit leidt tot een netto betaling van € 11.730 door appellant aan geïntimeerde. De kosten van het deskundigenonderzoek worden gelijk verdeeld tussen partijen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover appellant tot betaling van € 238.500 was veroordeeld en veroordeelde hem tot betaling van € 11.730.
Uitkomst: Appellant moet aan geïntimeerde € 11.730 betalen na verrekening van de waardes van woning en percelen.