Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 19 augustus 2016;
- een aanvullend verzoekschrift met producties;
- het verweerschrift tevens in hoger beroep met producties;
- een journaalbericht van 9 juni 2017 van mr. Beuving met producties;
- een aanvullend verweerschrift met productie;
- een journaalbericht van mr. Beuving van 29 juni 2017 met producties.
3.De vaststaande feiten
- het beroep van de moeder gegrond verklaard en de beschikking van de voorzieningenrechter van 31 oktober 2014 voor zover die ziet op de afwijzing van het verzoek van de moeder om de beschikking van de rechtbank [plaats 2] van 8 oktober 2013 niet erkenbaar te verklaren met betrekking tot de daarin vastgestelde omgangsregeling, vernietigd en
- de beschikking van de rechtbank [plaats 2] van 8 oktober 2013 voor zover die ziet op de vastgestelde omgangsregeling in Nederland niet erkenbaar verklaard en bepaald dat deze beschikking niet in Nederland kan worden ten uitvoer gelegd.
4.De omvang van het geschil
- te erkennen dat de beschikking van de districtsrechtbank van de stad [plaats 2] van 8 oktober 2013 vanaf het moment van uitreiking van het certificaat zoals bedoeld in artikel 41 van Pro de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (verder: Brussel II-bis) geldig is en automatisch is erkend en in Nederland dient te worden uitgevoerd zonder de mogelijkheid van tegenspraak;
- de beschikking van de districtsrechtbank van de stad [plaats 2] van 8 oktober 2013, voor zover de afspraken de ouderlijke verantwoordelijkheid betreffende, waaronder een contact- en omgangsregeling tussen de vader en [kind] , te erkennen en
- de beschikking van de districtsrechtbank van de stad [plaats 2] , van 8 oktober 2013, voor zover de echtscheiding tussen partijen betreffende, te erkennen.
5.De motivering van de beslissing
6.De slotsom
7.De beslissing
- de beschikking van de districtsrechtbank van de stad [plaats 2] , van 8 oktober 2013, voor zover de afspraken de ouderlijke verantwoordelijkheid betreffende, waaronder een contact- en omgangsregeling tussen de vader en [kind] , te erkennen en
- de beschikking van de districtsrechtbank van de stad [plaats 2] , van 8 oktober 2013, voor zover de echtscheiding tussen partijen betreffende, te erkennen;