Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
30 juni 2017 in het openbaar heeft uitgesproken, waarna de overwegingen waarop voornoemd vonnis stoelt afzonderlijk zijn vastgelegd op 12 juli 2017.
2.Het geding in hoger beroep
3.De ontvankelijkheid van het hoger beroep
29 augustus 2017 bij akte uit te laten over haar ontvankelijkheid in het hoger beroep. Dat heeft Théa Pharma gedaan. Vervolgens is VGZ in de gelegenheid gesteld op de rol van
12 september 2017 daarop bij antwoordakte te reageren.
24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG9066 stelt Théa Pharma voorts dat de op het vonnis vermelde datum niet van belang is voor het moment waarop de appeltermijn begint te lopen. Van belang is de dag waarop openbaarmaking van de uitspraak heeft plaatsgevonden. Nu de uitspraak van de voorzieningenrechter niet op 30 juni 2017 openbaar is gemaakt, kan ook de appeltermijn niet vanaf die datum zijn aangevangen. Ten slotte heeft Théa Pharma nog aangevoerd dat het kop-staart vonnis dat op 30 juni 2017 door de voorzieningenrechter is opgemaakt en dat diezelfde dag per gewone post zou zijn verzonden, pas op
28 augustus 2017 door de raadsman van Théa Pharma is ontvangen. Het uitgewerkte vonnis is echter op 18 juli 2017 door de advocaat van Théa Pharma ontvangen.
31 juli 2017. Op 30 juni 2017 is immers door de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan. De appeltermijn van vier weken is gaan lopen op de dag na de uitspraak van het vonnis. Rekening houdend met de Algemene Termijnen Wet is de appeltermijn volgens VGZ dus aangevangen op 3 juli 2017.
“Nu de zitting is gepland voor vrijdag 30 juni 2017, verzoekt Théa Pharma de Voorzieningenrechter om op de zitting uitspraak te doen.”), en in het dictum expliciet vermeld staat dat “
dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 30 juni 2017”.
“vanwege de spoedeisendheid van de zaak op 30 juni 2017 vonnis [is] gewezen”.