ECLI:NL:GHARL:2017:9108
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens twijfel vertegenwoordigingsbevoegdheid
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van een vermeende gemachtigde niet-ontvankelijk verklaarde. De kantonrechter vond dat niet was aangetoond dat de gemachtigde bevoegd was om namens de betrokkene op te treden, mede omdat geen kopie van het identiteitsbewijs was overgelegd.
De gemachtigde stelde in hoger beroep dat er een geldige machtiging was overgelegd en dat de kantonrechter geen kopie van het legitimatiebewijs mocht verlangen. Ook voerde hij aan dat de officier van justitie de machtiging al had aanvaard, waardoor de kantonrechter niet bevoegd zou zijn om aanvullende eisen te stellen.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter wel een zelfstandige bevoegdheid heeft om te toetsen of het beroep door een bevoegd persoon is ingesteld. Gezien de verschillen in handtekeningen op twee machtigingen en het ontbreken van een identiteitsbewijs was het gerechtvaardigd om aanvullende bewijsstukken te verlangen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot kostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens onvoldoende bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid.