Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
- de man met ingang van de dag van ontbinding van het huwelijk van partijen € 1.463,- bruto per maand moet betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud, telkens bij vooruitbetaling - voor zover de termijnen nog niet zijn verstreken - te voldoen, althans op een bijdrage en met ingang van een datum als het hof in justitie meent te behoren;
- het verzoek van de man om een gebruiksvergoeding vast te stellen wordt afgewezen, althans subsidiair te matigen in een door het hof in goede justitie vast te stellen bijdrage;
- de man in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep wordt veroordeeld.