Partijen zijn in 1986 gehuwd en hebben vier kinderen. De man verzocht de echtscheiding en stelde een gebruiksvergoeding voor de woning in [B] vast te stellen. De vrouw vorderde partneralimentatie. De rechtbank bepaalde partneralimentatie op €1.140,95 en een gebruiksvergoeding van €103 per maand.
Beide partijen gingen in hoger beroep met verschillende grieven over de hoogte en duur van de alimentatie en de gebruiksvergoeding. Het hof oordeelde dat de gebruiksvergoeding aan de man toekomt vanaf de datum van ontbinding van het huwelijk, 8 februari 2016, en stelde deze vast op €92 per maand, gebaseerd op de WOZ-waarde en een rendementspercentage van 2,5%.
De partneralimentatie werd vastgesteld op €586 bruto per maand tot 1 juli 2018 en €408 bruto per maand daarna, rekening houdend met de behoefte en verdiencapaciteit van de vrouw. De vrouw moet teveel ontvangen alimentatie terugbetalen. De kosten van het geding worden door partijen zelf gedragen. Het verzoek tot limitering van de alimentatieduur wordt afgewezen.