ECLI:NL:GHARL:2017:9230

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 oktober 2017
Publicatiedatum
25 oktober 2017
Zaaknummer
WAHV 200.195.639t
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over gedoogbeleid parkeren nabij kruispunt in hoger beroep

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €90 opgelegd wegens parkeren binnen vijf meter van een kruispunt op 11 juni 2015 in 's-Gravenhage. Betrokkene erkent de overtreding, maar voert aan dat parkeren op die plek al jaren wordt gedoogd. Zij overlegt een getuigenverklaring met handtekeningen van twaalf buren en foto's die dit zouden ondersteunen. Tevens stelt zij dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden omdat anderen ook zo parkeren zonder sanctie, en vermoedt machtsmisbruik door de verbalisant.

De verbalisant verklaart dat het voertuig op ongeveer één meter van het kruispunt stond en het trottoir blokkeerde, waardoor voetgangers en mindervaliden werden gehinderd. Het hof acht de overtreding bewezen en moet beoordelen of er redenen zijn om de sanctie te matigen of achterwege te laten.

Gezien het verweer over een mogelijk gedoogbeleid acht het hof zich onvoldoende voorgelicht en besluit het onderzoek te heropenen. De advocaat-generaal wordt verzocht binnen vier weken aanvullende informatie te verstrekken over het bestaan van een gedoogbeleid en de bijzondere redenen voor het opleggen van de sanctie aan betrokkene ondanks dat beleid.

Betrokkene krijgt vervolgens de gelegenheid schriftelijk te reageren op deze informatie. Het hof houdt verdere beslissing aan en zal de zaak op de stukken afdoen, tenzij betrokkene een zitting verzoekt.

Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en verzoekt om nadere informatie over het gedoogbeleid en geeft betrokkene gelegenheid tot reactie.

Uitspraak

WAHV 200.195.639
25 oktober 2017
CJIB 190637296
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Tussenarrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 7 juli 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 11 oktober 2017. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. [B] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren bij een kruispunt binnen vijf meter daarvan”, welke gedraging zou zijn verricht op 11 juni 2015 om 11.44 uur op de Linnaeusstraat (met het kruispunt Bragastraat) te 's-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene erkent op genoemde tijd en plaats te hebben geparkeerd. Zij voert echter aan dat parkeren op die plek al jaren gedoogd wordt. De betrokkene heeft hiervan een getuigenverklaring met de ervaringen en handtekeningen van 12 buren overgelegd. Voorts stelt de betrokkene dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden. Meerdere malen stond de betrokkene op de betreffende plek tussen twee auto's geparkeerd en enkel zij kreeg een sanctie opgelegd. De betrokkene vermoedt dat dit doelgerichte acties zijn tegen haar als persoon en meent dat sprake is van machtsmisbruik door de betreffende verbalisant. De betrokkene heeft foto's van de pleeglocatie overgelegd, gemaakt op verschillende tijdstippen, waarop te zien is dat op de pleeglocatie verschillende auto's binnen vijf meter van de kruising geparkeerd staan.
3. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
"Ik zag dat genoemd voertuig binnen vijf meter afstand geparkeerd stond van het kruispunt van genoemde locatie. Ik zag dat het voertuig namelijk op ongeveer 1 meter afstand van het genoemde kruispunt geparkeerd stond. Ik zag dat het voertuig zodanig geparkeerd stond voor het verlaagde gedeelte van het trottoir dat de doorgang voor voetgangers, kinderwagens, invalide en mindervalide personen ernstig werd belemmerd. Hier parkeren kan hinder brengen aan de doorstroming van het verkeer."
4. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging erkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
5. De overgelegde foto's van de pleeglocatie en de getuigenverklaring waarin verschillende buren onderschrijven dat sprake is van gedoogd parkeren en dat zij aldaar nooit een sanctie opgelegd hebben gekregen, in aanmerking genomen, acht het hof zich onvoldoende voorgelicht met betrekking tot het verweer van de betrokkene dat sprake is van een gedoogbeleid ten aanzien van het parkeren binnen vijf meter van de kruising op de pleeglocatie. Het hof zal daarom het onderzoek in deze zaak heropenen en de advocaat-generaal verzoeken om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest - bij voorkeur door middel van een aanvullend ambtsedig proces-verbaal van de hier betrokken verbalisant - nadere informatie aan het hof te verstrekken met betrekking tot voornoemd verweer van de betrokkene of sprake is van een gedoogbeleid en, indien dat het geval is, welke bijzondere redenen aanleiding hebben gegeven om de betrokkene in afwijking van dat beleid toch een sanctie op te leggen.
6. De betrokkene zal in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk te reageren op de door de advocaat-generaal verstrekte informatie. Het hof zal de zaak vervolgens op de stukken van het dossier afdoen, tenzij de betrokkene verzoekt om hernieuwde behandeling ter zitting van het hof.

Beslissing

Het gerechtshof:
verzoekt de advocaat-generaal om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest nadere informatie in de hiervoor bedoelde zin aan het hof te verstrekken;
bepaalt dat de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren op voornoemde verstrekte nadere informatie binnen vier weken na de verzending hiervan;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit tussenarrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.