Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Noord | Groningen,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, de vader en moeder, zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen geboren in 2012 en 2014. De vader verzocht bij de rechtbank om een zorgregeling waarbij de kinderen om de week bij hem en de moeder verblijven, met het hoofdverblijf van de jongste bij de moeder en de oudste bij hem. De moeder verzocht het hoofdverblijf bij haar te bepalen en de omgang van de vader met de kinderen op te schorten.
De kinderrechter bepaalde bij beschikking van 27 september 2016 het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder en stelde een voorlopige zorgregeling vast. Bij beschikking van 20 december 2016 werd een deskundigenbericht bevolen in het kader van forensische mediation, waarbij een deskundige werd benoemd en onderzoeksvragen werden geformuleerd.
De vader kwam tegen deze beschikking in hoger beroep met de grief dat het hoofdverblijf van de kinderen ook onderdeel van de mediation moest zijn. Het hof oordeelde dat de beschikking een tussenbeschikking betreft, omdat er geen eindbeslissing is genomen over enig deel van het verzochte en dat tegen een tussenbeschikking geen zelfstandig hoger beroep openstaat zonder toestemming van de rechter.
De vader werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. De kosten van het geding in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, gezien de relatie tussen partijen en het belang van de kinderen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk wegens ontbreken van rechterlijke toestemming tegen de tussenbeschikking.