Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het verweerschrift met productie;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2016 gescheiden na het sluiten van een echtscheidingsconvenant in maart 2015, waarin een nihilbeding voor partneralimentatie met een niet-wijzigingsbeding was opgenomen. De vrouw ontvangt een bijstandsuitkering en verzocht om wijziging van de alimentatie. De rechtbank had de partneralimentatie per 2 februari 2017 vastgesteld op €718,58 per maand.
De man kwam in hoger beroep met zes grieven tegen deze beschikking en verzocht vernietiging. De vrouw voerde verweer en stelde dat het niet-wijzigingsbeding buiten toepassing moest blijven wegens misbruik van omstandigheden, omdat zij psychisch gedecompenseerd was en de man dominant was. Het hof overwoog dat partijen het niet-wijzigingsbeding bewust zijn overeengekomen, waarbij de vrouw meerdere malen is gewezen op haar mogelijkheid een eigen advocaat te nemen en de consequenties van het beding.
Het hof vond onvoldoende bewijs dat de man misbruik heeft gemaakt van bijzondere omstandigheden of dwang heeft uitgeoefend. De vrouw had bovendien geen hoger beroep ingesteld tegen de echtscheidingsbeschikking en wilde financieel onafhankelijk zijn. Het hof oordeelde dat het niet-wijzigingsbeding geldig is en dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een ingrijpende wijziging van omstandigheden bestaat die wijziging rechtvaardigt. Daarom vernietigde het hof de beschikking van 2 februari 2017 en wees het verzoek van de vrouw af. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van partneralimentatie af en bevestigt het niet-wijzigingsbeding.