Uitspraak
wonende te [C] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene stelde beroep in tegen een sanctiebeslissing van het CJIB en gaf aan eventueel telefonisch een toelichting te willen geven. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot kostenvergoeding af. Betrokkene ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De gemachtigde van betrokkene stelde dat de officier van justitie had moeten navragen of betrokkene gehoord wilde worden, zeker omdat betrokkene geen professionele rechtsbijstand had. Het hof oordeelde dat de uiting van betrokkene om eventueel telefonisch te willen toelichten niet kan worden opgevat als een concreet verzoek om te worden gehoord volgens artikel 7:17 Awb Pro.
Daarom mocht de officier van justitie het beroep afdoen zonder betrokkene te horen. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot kostenvergoeding af. De afwezigheid van professionele rechtsbijstand bij betrokkene is niet relevant voor de hoorplicht.
Het arrest werd gewezen door mr. Sekeris en uitgesproken in openbare zitting op 9 november 2017.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de officier van justitie niet verplicht was betrokkene te horen en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.