Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Lyempf B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
‘de vorderingen op handelsdebiteuren als onder meer vermeld op de als bijlage 3 aangehechte lijst’. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit verweer opgaat en daarom is de vordering van de curator afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank verworpen het standpunt van de curator dat de vordering van Lyempf op Frésena pas herleefde toen de curator na het faillissement stelde dat Frésena niet tot verrekening bevoegd was.