ECLI:NL:GHARL:2018:10090

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 november 2018
Publicatiedatum
20 november 2018
Zaaknummer
WAHV 200.211.879
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WahvArt. 5 WahvArt. 5a WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake toepasselijkheid huurovereenkomst onder licentiehouder op grond van artikel 8 Wahv

De betrokkene, een licentiehouder, kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens een snelheidsovertreding met een voertuig waarvan zij kentekenhouder was. Zij voerde aan dat het voertuig was verhuurd aan een derde en overlegde een huurovereenkomst.

De kernvraag was of deze huurovereenkomst binnen de betekenis van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) viel. Het hof stelde vast dat de betrokkene haar verhuuractiviteiten onder de naam van de licentiegever verrichtte, waardoor de huurovereenkomst ook op haar naam werd gesloten.

Het hof oordeelde dat de betrokkene als kentekenhouder een beroep kon doen op de disculpatiemogelijkheid van artikel 8 Wahv Pro. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de eerdere beslissing en sanctie vernietigd en de zekerheidstelling aan de betrokkene gerestitueerd.

Deze uitspraak bevestigt dat licentiehouders die verhuuractiviteiten onder de naam van een licentiegever verrichten, kunnen worden beschouwd als partij bij de huurovereenkomst en aldus kunnen ontsnappen aan aansprakelijkheid voor snelheidsovertredingen onder de Wahv.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de eerdere beslissing en verklaart het beroep gegrond wegens een geldige huurovereenkomst onder de naam van de licentiegever.

Uitspraak

WAHV 200.211.879
20 november 2018
CJIB 197300231
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Limburg
van 16 februari 2017
betreffende
[betrokkene] GmbH (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [A] (Duitsland).

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 97,- opgelegd ter zake van “Overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 12 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 10 april 2016 om 22:49 uur op de N280 (Roermondseweg) te Weert met het voertuig met het kenteken [YY-YY-0000] .
2. De betrokkene voert hiertegen aan dat zij een licentiehoudster is van [B] Group, die het voertuig ten tijde van de gedraging had verhuurd aan [C] . De betrokkene heeft bij het hoger beroepschrift nogmaals een huurovereenkomst overgelegd.
3. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) luidt als volgt: "De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk Pro artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:
b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was."
4. Het is niet betwist dat het voertuig op naam staat van [betrokkene] GmbH -de betrokkene-, zodat zij als kentekenhouder in beginsel een beroep kan doen op artikel 8 van Pro de Wahv.
5. Uit de door de betrokkene overgelegde huuroverkomst blijkt dat het voertuig met voormeld kenteken in de periode van 7 april 2016 tot en met 14 april 2016 was verhuurd door [B] .
6. De vraag die thans ter beoordeling voor ligt is of deze huurovereenkomst is aan te merken als een huurovereenkomst in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.
7. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad hieromtrent overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts dan niet op grond van artikel 5 van Pro de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging het motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van Pro de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.
8. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst zijn overgelegd, waarbij de kentekenhouder partij is.
9. Het hof is -anders dan de kantonrechter- van oordeel dat in de onderhavige zaak wel het geval is. Het hof stelt daartoe vast dat de betrokkene voor het hoger beroepschrift gebruik heeft gemaakt van briefpapier waarop ook de naam [D] staat vermeld. Het hof twijfelt er niet aan dat de betrokkene als licentiehouder verbonden is aan [B] . Bij dergelijke constructies is het gebruikelijk dat de licentiehouder (de betrokkene) de naam van de licentiegever ( [B] ) mag gebruiken. De betrokkene heeft aldus voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar verhuuractiviteiten onder de naam van [B] verricht, hetgeen meebrengt dat de huurovereenkomsten ook op die naam worden gesloten. Derhalve is er in deze zaak sprake van een huurovereenkomst waarbij de betrokkene partij is.
10. Het voorgaande brengt mee dat aan de betrokkene een disculpatiemogelijkheid in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv toekomt. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en zal doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 197300231 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.