Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
eerste twee grievenkomt [appellant] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] onvoldoende heeft onderbouwd dat [geïntimeerde] de bedongen arbeid vanaf 1 juni 2016 weer kon verrichten. Voor het geval niettemin van voortdurende ziekte moet worden uitgegaan komt [appellant] met zijn
derde griefop tegen het oordeel van de kantonrechter dat van opzettelijk veroorzaken van die ziekte door [geïntimeerde] geen sprake is.