De zaak betreft een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding op de A2 ongegrond verklaarde. De gemachtigde van betrokkene stelde dat de kantonrechter onterecht weigerde stukken van het procesdossier te verstrekken, wat in strijd is met artikel 11, vierde lid (oud), van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
Het hof oordeelde dat de kantonrechter zijn informatieverplichting had geschonden door geen afschrift van het procesdossier te verstrekken, ondanks dat de gemachtigde binnen de gestelde termijn had gereageerd en zijn verzoek om toezending van stukken handhaafde. Tevens werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door de gemachtigde niet te horen, terwijl het beroep niet kennelijk ongegrond was.
Daarnaast kon op basis van de stukken niet worden vastgesteld dat de snelheidsovertreding daadwerkelijk had plaatsgevonden, omdat essentiële gegevens over het traject en de meting ontbraken. Het hof vernietigde daarom de eerdere beslissingen, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten.