ECLI:NL:GHARL:2018:10230
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van boete wegens overschrijding maximumsnelheid ondanks bezwaren over disproportionaliteit en motivering
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Den Haag die het beroep van betrokkene tegen een boete van €106 wegens een snelheidsovertreding ongegrond verklaarde.
Betrokkene erkende de overtreding, maar voerde aan dat de boete disproportioneel hoog was en dat de verhoging van de boetebedragen onvoldoende was gemotiveerd, mede omdat deze was ingegeven door budgettaire redenen. Tevens werd gesteld dat de boete een verkapte belastingheffing vormde en in strijd was met de Grondwet en het EVRM.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter de beroepsgronden voldoende had gemotiveerd en dat de wetgever bevoegd was om de boetebedragen vast te stellen zoals gebeurd. De proportionaliteit van de boete kan alleen in bijzondere omstandigheden worden getoetst, welke hier niet aanwezig waren. De stelling dat de Wahv onverbindend moet worden verklaard wegens een verkapte belastingheffing werd buiten beschouwing gelaten vanwege het ontbreken van toetsingsbevoegdheid van de rechter.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €106 voor snelheidsovertreding en verklaart het beroep ongegrond.