Betrokkene werd een administratieve sanctie van €140 opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring op De Binding te Zaanstad. De kantonrechter verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigde die beslissing, maar verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
In hoger beroep stelt betrokkene dat het beroep tegen de inleidende beschikking wel tijdig is ingediend, mede vanwege de Algemene termijnenwet die de termijn verlengt als deze op een feestdag eindigt. Het hof oordeelt dat het beroepschrift tijdig is ingediend en vernietigt het vonnis van de kantonrechter voor zover het het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Het hof beoordeelt vervolgens de inhoudelijke gronden. De handhaving door de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) is beperkt tot situaties die verband houden met de openbare orde. De beleidsregels boa schrijven voor dat bij digitale handhaving via flitspalen het C-bord zichtbaar moet zijn op de foto. Dit was niet het geval; de foto toont het voertuig maar niet het bord, en latere foto's tonen dat het bord ten tijde van de gedraging vermoedelijk niet aanwezig was.
Daarom kan de overtreding niet worden vastgesteld en wordt het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond verklaard. Het door betrokkene gestelde bedrag wordt gerestitueerd en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €876,75.