ECLI:NL:GHARL:2018:10256
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve ontslag bewindvoerder wegens onvoldoende financiële verantwoording
De zaak betreft het hoger beroep tegen het ambtshalve ontslag van de moeder als bewindvoerder van haar dochter, die een verstandelijke beperking heeft. De kantonrechter had de moeder ontslagen wegens gewichtige redenen, met name het niet tijdig en adequaat indienen van financiële rekeningen over meerdere jaren.
De moeder en dochter voerden aan dat de moeder met goede bedoelingen handelde en dat de familie haar steunde. Zij stelden dat fouten voortkwamen uit onwetendheid en gebrek aan begeleiding. Het hof erkende de goede intenties, maar benadrukte dat een bewindvoerder verplicht is om de vermogensrechtelijke belangen op een deugdelijke wijze te behartigen en verantwoording af te leggen.
Uit een onderzoek bleek dat het beheer financieel niet op orde was: uitgaven overstegen de inkomsten, er werden geen reserves opgebouwd, en er ontstond een schuld door een aankoop op afbetaling. De moeder had onvoldoende inzicht in de precieze financiële situatie. Ondanks meerdere kansen kon zij geen correcte rekening en verantwoording overleggen.
Het hof oordeelde dat dit gewichtige redenen zijn voor ontslag en bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter. De ontevredenheid over de opvolgende bewindvoerder werd erkend, maar het hof wees een verzoek tot benoeming van een andere bewindvoerder af. Het hof adviseerde een gesprek tussen betrokkenen om verwachtingen te verduidelijken en benadrukte het belang van financiële zelfstandigheid van de dochter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ambtshalve ontslag van de moeder als bewindvoerder wegens onvoldoende financiële verantwoording en wijst het verzoek tot herbenoeming af.