Belanghebbende, die een eenmanszaak exploiteert en daarnaast in loondienst is, maakte aanspraak op zelfstandigenaftrek en startersaftrek in de inkomstenbelasting over 2012. De Inspecteur weigerde deze aftrekken omdat niet aan het urencriterium van 1225 uur was voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in.
Tijdens de zitting verscheen alleen de Inspecteur; belanghebbende was niet aanwezig ondanks tijdige uitnodiging. Het hof beoordeelde of belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat hij minimaal 1225 uren aan zijn onderneming had besteed. Hoewel belanghebbende stelde te hebben geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen, opleidingen en acquisitie, en een netto omzet van €820 had gerealiseerd, ontbrak een urenstaat of agenda ter onderbouwing.
Het hof oordeelde dat ondanks de overtuiging dat belanghebbende uren had besteed, hij niet voldeed aan de bewijsverplichting tegenover de gemotiveerde betwisting van de Inspecteur, mede gelet op het hoge loon uit dienstbetrekking. Derhalve kwam belanghebbende niet in aanmerking voor zelfstandigenaftrek en daarmee ook niet voor startersaftrek. Het hoger beroep tegen de beschikking belastingrente werd eveneens ongegrond verklaard. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.