Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van haar twee minderjarige kinderen, geboren in 2016 en 2017. De moeder oefent het gezag uit; de vader is juridisch erkend maar heeft geen gezag en wordt niet als belanghebbende in de procedure betrokken.
De rechtbank had de ondertoezichtstelling verlengd tot 12 april 2019 vanwege ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van de kinderen, met name door een onveilige opvoedingssituatie en de complexe achtergrond van de ouders. De moeder betwistte dit en stelde dat de kinderen zich positief ontwikkelen en dat de ondertoezichtstelling niet langer nodig is.
Het hof bevestigt dat ondanks positieve stappen van de moeder, professionele en gedwongen ondersteuning noodzakelijk blijft. De vader vormt een zorgelijke factor vanwege zijn risicovolle verleden en invloed op de moeder. Het hof acht het noodzakelijk dat het Ouder & Kind-traject wordt voortgezet en bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling.
De beslissing is genomen na een zorgvuldige afweging van de feiten, de juridische kaders van het Burgerlijk Wetboek en het belang van de kinderen bij een veilige en stabiele opvoedingssituatie. De vader wordt niet als belanghebbende of informant betrokken omdat hij geen gezag heeft en niet rechtstreeks wordt geraakt in zijn rechten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling van beide minderjarige kinderen tot 12 april 2019.