Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
verweerder in hoger beroep,
stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uit het huwelijk van de ouders is in 2008 een minderjarige geboren. Na echtscheiding oefenden beide ouders gezamenlijk gezag uit. De vader had sinds 2011 nauwelijks contact met het kind en de verstandhouding tussen ouders was ernstig verstoord. De minderjarige stond sinds 2010 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI).
De rechtbank had het verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader afgewezen, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof stelde vast dat het gezamenlijk gezag door de conflicten en de persoonlijkheid van de vader leidde tot een onveilige en schadelijke opvoedingssituatie, die de ontwikkeling van het kind ernstig bedreigde.
Op basis van een psychologisch rapport werd bij de vader een gemengde persoonlijkheidsstoornis vastgesteld, met beperkte leerbaarheid en inzicht in conflicthantering. De vader was niet in staat tot samenwerking met de moeder en de GI, en verbetering binnen een aanvaardbare termijn werd niet verwacht.
Het hof oordeelde dat het in het belang van het kind was om het gezag van de vader te beëindigen en de moeder het eenhoofdig gezag te geven. De vader werd niet veroordeeld in de proceskosten. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het gezag van de vader beëindigd.
Uitkomst: Het gezag van de vader over de minderjarige wordt beëindigd wegens een onveilige en beschadigende opvoedingssituatie.