ECLI:NL:GHARL:2018:10418

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 november 2018
Publicatiedatum
3 december 2018
Zaaknummer
21-001384-15
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over verwantschapsonderzoek bij diefstal van schapen

In het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Gelderland inzake diefstal van schapen heeft het hof een tussenarrest gewezen. De verdediging stelde dat de verwantschap tussen de bij verdachte aangetroffen schapen en die van de aangevers verklaard kan worden door het uitlenen van fokrammen aan andere bedrijven, waarbij nakomelingen zijn ontstaan.

De verdediging voerde aan dat het door het laboratorium uitgevoerde verwantschapsonderzoek geen onderscheid kan maken tussen een ouder-nakomelingrelatie en een grootouder-nakomelingrelatie, hetgeen relevant is voor de herkomst van de schapen. Ter onderbouwing werd een e-mailwisseling overgelegd waarin het laboratorium bevestigt dat dit onderscheid niet uitgesloten kan worden.

Het hof acht nader onderzoek noodzakelijk en verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris om een deskundige te benoemen die deze kwestie kan onderzoeken en rapporteren. Tevens is gebleken dat een dvd met camerabeelden ontbrak in het dossier, maar deze is inmiddels ontvangen en toegevoegd.

Het hof beveelt dat de verdachte wordt opgeroepen voor een nog te bepalen zitting waarop het onderzoek zal worden hervat. Dit tussenarrest is uitgesproken op 30 november 2018 door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het hof gelast nader deskundigenonderzoek naar de verwantschapsonderzoeksvragen en stelt de zaak aan.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001384-15
Uitspraak d.d.: 30 november 2018
TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 27 februari 2015 met parketnummer 05-901210-12 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1984] ,
volgens opgave van [medeverdachte 1] wonende te [woonplaats] ( [geboorteland] ), [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 november 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. X.B. Sijmons, naar voren is gebracht.

Nader onderzoek

Verwantschapsonderzoek
Ter zitting van het hof heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte schapen (fokrammen) uitleende aan andere bedrijven. Deze fokrammen zouden daar nakomelingen hebben geproduceerd, die vervolgens bij de bedrijven van aangevers terecht kunnen zijn gekomen. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de verwantschap tussen de bij verdachte aangetroffen schapen en de schapen van de aangevers.
Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging aangevoerd dat bij het door het [laboratorium] uitgevoerde verwantschapsonderzoek geen onderscheid gemaakt kan worden tussen een vader (of moeder) en opa (of oma). Daarom is niet uitgesloten dat waar een ouder-nakomeling relatie is vastgesteld, er eigenlijk sprake is van een grootouder-nakomeling relatie, wat van belang is voor de identificatie (herkomst) van de desbetreffende schapen. Ter onderbouwing van deze stelling heeft de verdediging een e-mailwisseling tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en het [laboratorium] overgelegd. In deze e-mails wordt door [medeverdachte 1] gevraagd of het uitgesloten is dat de opa of oma in aanmerking zou komen voor het vader- of moederschap. Hierop wordt geantwoord: “Dit kunnen wij niet uitsluiten. Het kan altijd dat opa (oma) dezelfde merkers heeft als de vader (moeder)en dit kunnen wij niet van elkaar onderscheiden.”
Het hof acht het noodzakelijk dat met betrekking tot de stelling van de verdediging nader onderzoek wordt uitgevoerd. Het hof zal de zaak daarom verwijzen naar de raadsheer-commissaris, teneinde een getuige-deskundige te benoemen die hierover kan rapporteren.
Met het oog op beoordeling van het hierboven geschetste verweer acht het hof het noodzakelijk dat nader onderzoek wordt uitgevoerd. Het hof zal de zaak daarom verwijzen naar de raadsheer-commissaris, teneinde een deskundige te benoemen die hierover kan rapporteren.
Door de deskundige dienen in ieder geval, met inachtneming van het voorgaande, de volgende vragen beantwoord te worden:
Klopt de stelling dat niet uitgesloten kan worden dat waar door het [laboratorium] een ouder-nakomeling relatie is vastgesteld, er (in plaats daarvan) sprake is van een grootouder-nakomeling relatie?
Indien dit niet uitgesloten is, kan de deskundige dan aangeven hoe groot de kans is dat waar een ouder-nakomeling relatie is vastgesteld, er (in plaats daarvan) sprake is van een grootouder-nakomeling relatie?
Camerabeelden
Ter zitting van het hof is naar voren gekomen dat een gegevensdrager met camerabeelden die deel uitmaakt van het dossier, zich in feite niet in het dossier bevindt. De raadsman van medeverdachte [medeverdachte 2] heeft daarop – desgevraagd - toegezegd een dvd met de camerabeelden aan het hof te sturen. Het hof heeft deze dvd inmiddels ontvangen en zal een kopie van deze dvd in het dossier voegen.

BESLISSING

Het hof:
Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof, met voormeld doel een deskundige te benoemen teneinde in ieder geval de volgende vragen te beantwoorden:
1. Klopt de stelling dat niet uitgesloten kan worden dat waar door het [laboratorium] een ouder-nakomeling relatie is vastgesteld, er (in plaats daarvan) sprake is van een grootouder-nakomeling relatie?
2. Indien dit niet uitgesloten is, kan de deskundige dan aangeven hoe groot de kans is dat waar een ouder-nakomeling relatie is vastgesteld, er (in plaats daarvan) sprake is van een grootouder-nakomeling relatie?
en overigens datgene te doen wat de raadsheer-commissaris in het belang van het onderzoek naar de hiervoor geschetste kwestie geraden acht.
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadslieden van verdachte en aan de benadeelde partijen.
Aldus gewezen door
mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,
mr. A. van Waarden en mr. W.M. Weerkamp, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T. Faber, griffier,
en op 30 november 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 30 november 2018.
Tegenwoordig:
mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,
mr. A.C.L. van Holland, advocaat-generaal,
mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het tussenarrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.