Partijen zijn gescheiden en hebben afspraken over kinder- en partneralimentatie. De man verzocht om wijziging van de ingangsdatum van de alimentatiebetalingen, stellende dat hij eerder onvoldoende draagkracht had aangetoond. De rechtbank had de ingangsdatum vastgesteld op 3 maart 2017. De vrouw stelde dat terugwerkende kracht behoedzaam moet worden toegepast en dat zij geen feitelijk nadeel ondervindt van de huidige regeling.
Het hof oordeelde dat de man tijdig had kunnen verzoeken om wijziging en dat het risico van late indiening voor zijn rekening komt. De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar incidenteel hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man af.
De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen. Het hof benadrukte de behoedzaamheid bij terugwerkende kracht van alimentatiewijzigingen en bevestigde dat de vastgestelde ingangsdatum rechtens verdedigbaar is.