Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verweerder in hoger beroep in de hoofdzaak en in het verzoek tot schorsing,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin het gezag over de minderjarige aan de vader is toegekend en de moeder het omgangsrecht is ontzegd. De moeder verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad en uitstel van de zitting vanwege een Europees arrestatiebevel, maar dit verzoek werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De feiten tonen dat de moeder de minderjarige in 2017 zonder toestemming en overleg langdurig heeft meegenomen naar Frankrijk, waarbij contact met de vader werd verbroken. Dit leidde tot ernstige onrust bij het kind, dat al gedragsproblemen had. Het hof oordeelde dat de moeder onbetrouwbaar is en niet in het belang van het kind handelt.
Gezien de heftige strijd tussen ouders en het risico dat het kind klem raakt, is het gezamenlijk gezag niet houdbaar. Het hof bevestigt dat het gezag voortaan alleen aan de vader toekomt. Tevens wordt het omgangsrecht van de moeder ontzegd vanwege het ernstige nadeel voor het kind. De omgang kan onder begeleiding van de gecertificeerde instelling in de toekomst worden hersteld.
De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen en het belang van het kind. De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader en ontzegt de moeder het omgangsrecht met de minderjarige.