Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland over de verhoging van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De man, onderhoudsplichtige, verzocht om verlaging van de alimentatie tot nihil, maar dit verzoek werd afgewezen omdat een tegenverzoek in hoger beroep niet is toegestaan. De vrouw verzocht om verhoging van de kinderalimentatie tot € 200 per kind per maand.
Het hof stelde vast dat het netto besteedbaar inkomen van de man ongeveer € 2.300 per maand bedraagt en dat hij op basis van het rekenmodel een draagkracht heeft die betaling van de gevraagde verhoging mogelijk maakt. Echter, de man heeft aanzienlijke schulden, waaronder een restschuld van de voormalige echtelijke woning en schulden uit een faillissement, waarvoor hij maandelijks circa € 1.200 betaalt.
De aanvaardbaarheidstoets leidde tot de conclusie dat betaling van de verhoogde alimentatie leidt tot een onaanvaardbare situatie, omdat de man dan onvoldoende overhoudt voor noodzakelijke kosten van bestaan en onder de 90% van de bijstandsnorm zou komen. Gezien deze omstandigheden wees het hof het verzoek tot verhoging af en vernietigde de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van de kinderalimentatie wordt afgewezen vanwege een onaanvaardbare financiële situatie van de onderhoudsplichtige.