Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2018:10770

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
11 december 2018
Zaaknummer
21-006928-15
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling verdachte voor meervoudige schuldheling van fietsen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, waarin verdachte was veroordeeld voor meervoudige schuldheling van fietsen. Het hof heeft het vonnis van 23 november 2015 bevestigd, met uitzondering van de kwalificatie, en heeft aanvullende overwegingen gegeven over het bewijs en de strafoplegging.

Het hof achtte op basis van de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen, waaronder vermoedelijk documenten en deskundigenrapporten, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling. De verdediging voerde verweren aan over de authenticiteit van handtekeningen en de deskundigheid van het Nederlands Forensisch Onderzoek (NFO), maar het hof zag geen aanleiding deze bezwaren te bespreken vanwege de overtuigende bewijslast.

Ten aanzien van de strafoplegging oordeelde het hof dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een lichtere straf of enkel een schuldigverklaring zonder straf zouden rechtvaardigen. De door de advocaat-generaal gevorderde taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis waarvan een deel voorwaardelijk, werd gehandhaafd. Het vonnis werd op 11 december 2018 uitgesproken door de meervoudige kamer van het hof.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor meervoudige schuldheling en legt een taakstraf met voorwaardelijke hechtenis op.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-006928-15
Uitspraak d.d.: 11 december 2018
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 23 november 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-125657-14 en 17-084863-12, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1963] ,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 24 mei 2017 en 27 november 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een taakstraf van honderdtwintig uren subsidiair zestig dagen hechtenis, waarvan zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. B. Jongmans, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden heeft bij vonnis van 23 november 2015, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de hem tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van honderdtwintig uren subsidiair zestig dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist. Het hof zal het vonnis bevestigen, met uitzondering van de kwalificatie en met aanvullende overwegingen ten aanzien van het bewijs en de strafoplegging.

Aanvullende overweging ten aanzien van het bewijs en de bewezenverklaring

Op grond van de bewijsmiddelen zoals die door de politierechter in het vonnis van 23 november 2015 zijn opgenomen, acht het hof ter zake van alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling. Het hof ziet geen aanleiding om aan de inhoud en de juistheid van de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen te twijfelen.
Gezien bovenstaande komt het hof niet toe aan een bespreking van hetgeen de verdediging heeft aangevoerd ten aanzien van de handtekeningen en/of parafen van verdachte dan wel ten aanzien van de deskundigheid van het NFO.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder parketnummer 18-125657-14 feit 1 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

schuldheling, meermalen gepleegd.

Het onder parketnummer 17-084863-12 feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 5 subsidiair bewezen verklaarde levert telkens op:

schuldheling.

Aanvullende overweging ten aanzien van de strafoplegging

Naar het oordeel van het hof is er geen sprake van zulke bijzondere omstandigheden of van een zodanig gering feit dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en dat om die reden volstaan zou kunnen worden met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel, zoals door de raadsman is bepleit.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met uitzondering van de kwalificatie en met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor vermeld.
Bevestigt het vonnis voor het overige.
Aldus gewezen door
mr. L.T. Wemes, voorzitter,
mr. H.L. Stuiver en mr. G.A. Versteeg, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier,
en op 11 december 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.