ECLI:NL:GHARL:2018:10877

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 december 2018
Publicatiedatum
13 december 2018
Zaaknummer
WAHV 200.190.883
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod bij verkeersboete

In deze zaak heeft [A] hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde. Het geschil betreft een verkeersboete waarbij het appelverbod van toepassing is.

[A] stelde dat het recht op toegang tot de rechter was geschonden omdat hij niet de gelegenheid had gekregen om op een vervolgzitting te reageren op vermeende gebreken in de machtiging. Het hof overwoog dat het appelverbod in bepaalde situaties buiten toepassing kan worden gelaten indien het recht op toegang tot de rechter is geschonden.

Het hof stelde echter vast dat er geen sprake was van schending van dit recht, aangezien [A] en/of de betrokkene toegang tot de rechter hadden en dat de kantonrechter de zaak op de openbare zitting van 30 maart 2016 had behandeld. Het feit dat [A] niet was verschenen en dat geen vervolgzitting was gehouden, rechtvaardigde geen uitzondering op het appelverbod.

Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

WAHV 200.190.883
13 december 2018
CJIB 186876551
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 29 april 2016
betreffende
[A] (hierna: [A] ),
kantoorhoudende te [B] ,
beweerdelijk optredend voor [betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

[A] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
[A] heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

Beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
Van geen van deze situaties is hier sprake.
2. [A] stelt dat hij niet de gelegenheid heeft gekregen om op een vervolgzitting van de kantonrechter te reageren op de vermeende gebreken in de machtiging. Daardoor zou het recht op toegang tot de rechter als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) zijn geschonden en dient het appelverbod buiten toepassing te worden gelaten.
3. Wanneer blijkt dat het in artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op toegang tot de rechter is geschonden en de betrokkene daar een beroep op doet, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
4. Het hof stelt vast dat [A] en/of de betrokkene toegang had tot de rechter en er derhalve geen aanleiding bestaat om het appelverbod buiten toepassing te laten.
De kantonrechter heeft het beroep op de openbare zitting van 30 maart 2016 behandeld. Voor deze zitting is [A] uitgenodigd, maar niet verschenen. Op die zitting heeft de kantonrechter - wat hier ook van zij - vastgesteld dat de overgelegde machtiging niet aan de daaraan te stellen eisen voldeed en had [A] - mits hij was verschenen - daarover zijn standpunt naar voren kunnen brengen.
Uitgangspunt is weliswaar dat indien de behandeling ter zitting is aangehouden, een vervolgzitting dient plaats te vinden, maar het hof ziet in dit geval geen aanleiding gevolgen te verbinden aan de omstandigheid dat de kantonrechter dat heeft nagelaten. De enkele vaststelling van de kantonrechter dat het verzuim een geldige machtiging over te leggen niet was hersteld door het nogmaals overleggen van die machtiging, brengt niet mee dat de rechtens te erkennen belangen van [A] zijn geschaad door het niet houden van een vervolgzitting.
Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
5. Gegeven deze beslissing wordt het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.