Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, ouders van twee minderjarige kinderen, hebben hun relatie in 2014 beëindigd en gezamenlijk het gezag over de kinderen. In 2015 is een ouderschapsplan opgesteld waarin is afgesproken dat er geen kinderalimentatie zou worden betaald vanwege een schuldsaneringsregeling van de man.
Na beëindiging van de schuldsanering in september 2016 startte de vrouw een procedure om kinderalimentatie vast te stellen. De rechtbank bepaalde een lage bijdrage met ingang van 1 juni 2017, waartegen de vrouw hoger beroep instelde met als eis een eerdere ingangsdatum en een hogere bijdrage. De man voerde geen verweer in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de beëindiging van de schuldsanering een relevante wijziging van omstandigheden vormt en stelt de ingangsdatum van de alimentatie vast op 1 maart 2017, omdat de man toen schriftelijk op de hoogte was gesteld. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op €551 per maand, en het aandeel van de man op €201 per kind per maand, gebaseerd op een geschat inkomen als stukadoor. De vrouw heeft een minimale draagkracht van €50 per maand. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en wijzigt het ouderschapsplan overeenkomstig.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 maart 2017 €201 per kind per maand betalen als kinderalimentatie.