Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige, geboren uit een in 2007 verbroken relatie, vertoonde sinds 2016 ernstige gedragsproblemen, fors schoolverzuim en een verstoord dag- en nachtritme. Hulpverlening in het vrijwillig kader en inzet van leerplichtambtenaar boden geen soelaas. De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht en verleende een machtiging tot uithuisplaatsing bij een jeugdhulpaanbieder.
De vader ging in hoger beroep tegen deze machtiging, stellende dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk was omdat de minderjarige goed presteerde op het voortgezet speciaal onderwijs en graag naar huis wilde. De gecertificeerde instelling en de moeder voerden verweer en wilden de machtiging behouden vanwege het risico op terugval en de noodzaak van verdere begeleiding.
Het hof oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was geweest en dat het belang van de minderjarige bij een gestructureerde omgeving en het aanleren van grenzen zwaarder woog dan het verlangen naar huis. De machtiging werd daarom bekrachtigd tot 18 januari 2019. Het hof benadrukte ook het belang van het verbeteren van de samenwerking tussen de ouders voor het welzijn van de minderjarige.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd tot 18 januari 2019.